Wat als een verslaving zelden echt over het middel zelf gaat?
Natuurlijk heeft een middel kracht. Maar vaak is het niet de kern van het verhaal.
Het is het gereedschap. De snelle oplossing.
De kunstmatige brug naar een gevoel dat iemand van binnen onvoldoende kan bereiken, verdragen of toelaten.
We kijken nog vaak naar verslaving alsof het simpelweg een gebrek aan discipline is.
Waarom stop je niet gewoon?
Maar die vraag mist vaak precies waar het om draait.
Want als iets jou tijdelijk helpt om:
pijn niet te voelen
leegte op te vullen
schaamte te verdoven
sociale angst te overbruggen
jezelf levendig, interessant of krachtig te voelen
of simpelweg de dag door te komen
…dan is dat middel niet zomaar een slechte gewoonte. Dan functioneert het als een kruk.
De interessantere vraag is misschien niet:
Waar ben je aan verslaafd?
Maar:
Wat probeer je via die verslaving te reguleren?
Onder middelengebruik kunnen allerlei lagen liggen:
onverwerkte pijn
trauma
chronische leegte
perfectionisme
schaamte rond plezier of spontaniteit
een gevoel dat je nooit genoeg bent
de overtuiging dat geluk van buiten moet komen
afhankelijkheid van externe bevestiging
relationele honger
verveling in een snel brein dat intensiteit nodig heeft
En soms ligt er nog iets anders onder.
Niet een verslaving aan de stof zelf, maar aan een innerlijke staat.
Sommige mensen lijken niet alleen cocaïne of een ander middel te zoeken.
Ze zoeken:
snelheid
anticipatie
drama
sociale elektriciteit
urgentie
het gevoel dat er iets gaat gebeuren
opwinding
Bij sommige snelle of neurodivergente breinen kan gewone voorspelbaarheid bijna voelen als onderstimulatie.
Alsof het leven te stil, te vlak of te langzaam is.
Dan wordt de vraag niet alleen:
Waarom cocaïne?
Maar:
Welke innerlijke staat probeert iemand hiermee op te roepen?
En misschien nog dieper:
Wat als de echte verslaving niet aan cocaïne is, maar aan dopamine, opwinding, intensiteit en het gevoel van levendigheid?
Daaronder ligt misschien een fundamentele menselijke illusie:
Ik heb iets buiten mezelf nodig om me levend, gelukkig, veilig of compleet te voelen.
Dat kan een middel zijn. Maar ook:
een partner
status
succes
geld
een perfecte carrière
aandacht
bewondering
constante prikkeling
De vorm verschilt. Het mechanisme is vaak verrassend vergelijkbaar.
Want wat ligt daar vaak onder?
Niet simpelweg een “zwakke wil,” maar oude overlevingspatronen.
Bij de één ontstonden die in een jeugd met emotioneel afwezige ouders. Bij de ander in een gezin waar liefde afhankelijk voelde van presteren.
Soms was er openlijke chaos, narcistische dynamiek, borderline-instabiliteit, onveiligheid of onvoorspelbaarheid.
Soms juist iets subtielers: ouders die fysiek aanwezig waren, maar emotioneel niet echt beschikbaar.
Een kind leert zich dan aanpassen.
Als ik perfect ben, krijg ik misschien liefde.
Als ik geen behoeften heb, word ik niet afgewezen.
Als ik mezelf verdov, hoef ik niet te voelen.
Als ik harder werk, sneller ga, meer presteer, ben ik veilig.
Later toont zich dat misschien door cocaïnegebruik.
Maar het oorspronkelijke patroon was vaak een briljante overlevingsstrategie.
Cocaïne wordt dan niet de oorzaak, maar de tijdelijke oplossing:
voor leegte, innerlijke onrust, schaamte, emotionele pijn, een chronisch gevoel van tekort,
of het onvermogen om natuurlijke levendigheid en plezier van binnenuit te voelen.
Onder verslaving zien we daarom regelmatig patronen van hechtingspijn en ontwikkeltrauma: emotionele verwaarlozing, afwijzing, parentificatie, perfectionisme, chronische zelfkritiek, hyperalertheid
of een diep gevoel nooit echt gezien te zijn.
Deze vroege relationele ervaringen kunnen later doorwerken in emotieregulatie en copingstrategieën.
Het goede nieuws is: wat ooit een overlevingsmechanisme was, kan veranderen.
Daar kunnen we therapeutisch op werken met bijvoorbeeld:
• hypnotherapie om onbewuste overtuigingen en oude emotionele koppelingen te herstructureren
• regressiewerk wanneer vroege patronen nog steeds emotioneel actief zijn
• EMDR als er specifieke traumatische ervaringen of triggers vastzitten in het zenuwstelsel
• werken met schaamte en innerlijke criticus bij perfectionistische patronen
• hechtingsgericht werk om veiligheid, zelfregulatie en gezonde verbinding opnieuw op te bouwen
• leren voelen zonder direct te moeten verdoven, vermijden of compenseren
• opnieuw contact maken met natuurlijke vitaliteit, plezier en authenticiteit
Want herstel gaat uiteindelijk niet alleen over stoppen met cocaïne.
Het gaat over ontdekken dat je niet langer hoeft te overleven op een manier die ooit nodig was.
Dan gaat herstel niet alleen over stoppen met gebruiken.
Maar over vragen als:
Wat probeer ik eigenlijk te voelen?
Wat probeer ik niet te voelen?
Welke behoefte leg ik buiten mezelf?
Hoe bouw ik een leven dat van binnenuit levendig genoeg voelt?
Misschien is de echte beweging niet van discipline naar controle.
Maar van externe afhankelijkheid naar innerlijke regulatie, plezier, vrijheid
en het durven toelaten van levendigheid zonder destructie.

